Een nieuw sociaal akkoord

De effecten van de coronacrisis voor de werkgelegenheid worden nu snel zichtbaar. Het aantal werkloosheidsuitkeringen is in de afgelopen maanden volgens het UWV explosief gestegen. Het CBS signaleert een grote daling van het aantal mensen met betaald werk en van het aantal vacatures. Ook de bijstandscijfers nemen toe. En dat is nog maar het begin. De verwachting is dat de stijging in aantallen werklozen pas goed zal losbarsten als de eerste ronde van steunmaatregelen van de overheid is afgelopen. De recessie die op ons afkomt is waarschijnlijk de grootste sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Reden genoeg voor een nieuw sociaal akkoord. De kernvraag is natuurlijk wat dat akkoord dan zou moeten behelzen.
In 1982 sloten de vakbonden en de werkgeversorganisaties, verenigd in de Stichting van de Arbeid,  een historisch akkoord, dat de geschiedenisboeken is ingegaan als het Akkoord van Wassenaar. Partijen kwamen overeen om de lonen te matigen in ruil voor arbeidsduurverkorting (adv). Als gevolg van de tweede oliecrisis van 1979 was Nederland in een diepe recessie terechtgekomen. De werkloosheid liep sterk op (tot uiteindelijk 9% in 1983) en de winstgevendheid van bedrijven was laag. Het Akkoord van Wassenaar wordt gezien als een schoolvoorbeeld van het Nederlandse poldermodel in zijn beste doen en betekende een cruciale stap in het herstel van de economie en van de werkgelegenheid. En van de arbeidsverhoudingen. Bewonderend spraken andere landen van the Dutch miracle.
Naar het voorbeeld van het akkoord van 1982 is een nieuw sociaal akkoord noodzakelijk, al is deze keer de SER wellicht meer voor de hand liggend dan de Stichting van de Arbeid, omdat volgens mij de overheid een belangrijke rol zal moeten spelen. Ook de inhoud zal moeten verschillen, 38 jaar en twee crises later. De arbeidsmarkt ziet er immers totaal anders uit dan die in 1982. Het beeld werd toen nog bijna volledig bepaald door werkenden met een vast contract die lange tijd in hetzelfde bedrijf en dezelfde sector bleven werken en op hun 65e jaar (of al eerder) met pensioen gingen .

Nu is dat beeld veel diverser, met grote aantallen flexkrachten en zzp’ers, een grotere mobiliteit op de arbeidsmarkt en aanzienlijk langer doorwerken voor het pensioen. Dat neemt niet weg dat (al dan niet omkeerbare) arbeidsduurverkorting ook nu deel zou kunnen uitmaken van het akkoord. In de Volkskrant van 16 mei wijst Frank Kalshoven op het advies van de Commissie Borstlap. Werkgevers krijgen daarin het recht om de arbeidstijd van werknemers met een vast contract met twintig procent te verlagen tegen negentig procent van het volledige loon. Zo leveren beide partijen een bijdrage. Adv dus. Ook valt te denken aan het voor alle organisaties en medewerkers mogelijk maken van het generatiepact dat in een aantal sectoren al bestaat. Oudere werknemers gaan dan  bijvoorbeeld 80 % werken, ontvangen 90 % loon terwijl de pensioenbouw gebaseerd blijft op 100%.

Maar een nieuw sociaal akkoord zou niet gericht moeten zijn op het volledige herstel van de oude situatie. De gelegenheid zou moeten worden aangegrepen om tot een herstructurering van de arbeidsmarkt te komen, met name gericht op het verkleinen van de verschillen tussen werknemers met een vast contract enerzijds en flexwerkers en zzp’ers anderzijds. De voorstellen van de Commissie Borstlap – die vlak voor het uitbreken van de crisis het licht zagen –  vormen daarvoor een prima uitgangspunt. Deze betreffen onder meer het ontslagrecht, de belastingen, de pensioenen, WW en de verzekeringen voor alle werkenden. Daarom moet de overheid deze keer ook partij zijn in de onderhandelingen, evenals vertegenwoordigers van zzp’ers. En laat de betrokken partijen vooral jongeren en vrouwen naar de onderhandelingstafel sturen. We hebben het wel gehad met de grijze heren uit het old boys netwerk. Ik vertrouw erop dat die met een nieuw sociaal akkoord in staat zijn tot een pacificatie van de collectieve arbeidsverhoudingen; die zijn de afgelopen jaren steeds meer bekoeld geraakt. Laten we gaan voor een nieuw Dutch miracle. We zullen het hard nodig hebben.

Dit artikel is (in een iets andere vorm) eerder verschenen in het Brabants Dagblad van 11 juni.